Eten volgens je bloedgroep

Het idee om voedsel te combineren met de bloedgroep is afkomstig van James D'Adamo. Hij kwam er tijdens zijn leven als natuurgeneeskundig arts achter dat voedsel niet bij iedereen hetzelfde werkte. Omdat alle mensen uniek zijn, vond hij het niet logisch dat ze hetzelfde zouden eten. Hij kon aantonen dat er een verband bestaat tussen iemands bloedgroep, zijn gevoeligheid voor bepaalde ziekten, vitaliteit, psychische gesteldheid, voeding en lichamelijke activiteit. Wat voor de een goede voeding was, bleek voor de ander heel slecht te zijn. Hij bedacht dat bloed de fundamentele voedingsbron was van het lichaam en dat er misschien een aspect in het bloed zou zijn wat hem zou kunnen helpen om die verschillen te benoemen. Door de jaren heen ontdekte hij een patroon (en ontdekte), bijvoorbeeld dat mensen met bloedgroep 0 baat hadden bij een dieet met veel vooral dierlijke eiwitten en bloedgroep A met plantaardige eiwitten. Het eten zou dus afgestemd moeten zijn op de bloedgroep. Zijn zoon Peter D'Adamo trad in zijn voetsporen en kwam er tijdens zijn studie achter dat er ook bepaalde verbanden waren tussen de bloedgroep en de aanleg voor bepaalde ziekten. De reacties die hiervoor verantwoordelijk zijn, zijn aangeboren.

Lectinen

De bloedgroepen zijn pas in 1901 ontdekt; tot die tijd overleden vaak mensen omdat ze verkeerd bloed toegediend kregen. Bloedgroepen produceren namelijk antilichamen tegen andere bloedgroepen. De bloedgroep werd vroeger bepaald door lectinen -afkomstig van planten- toe te voegen die klontering veroorzaakten. Aan de hand van de klontering kon men de bloedgroep vaststellen. Lectinen zijn eiwitachtige stoffen die zich kunnen hechten aan andere stoffen, ze komen voor in ons lichaam, planten, dieren. Ze kunnen als verdediging gebruikt worden tegen indringers, waarbij reactie plaats vindt, klontering dus. Lectinen zitten in planten, maar ook in voedsel. Ze worden maar gedeeltelijk opgenomen uit de spijsvertering en kunnen dan reageren op je bloedgroepantigeen. Een gering aantal lectinen kan al ziekmakend zijn. Er ontstaat als het ware een chemische reactie tussen het bloed en hetgeen wat men eet. Lectinen hebben een agglutinerende werking (samenklontering). Als u dus iets eet dat eiwitlectinen bevat die lijken op uw bloedgroepantigeen, dan wordt dit als vijand bestempeld door het immuunsysteem. Vervolgens kunnen zich reacties voordoen in verschilllende organen, zoals spijsvertering, zenuwstelsel en verschillende klieren.
Eten is dus goed als het geen (aanvals) lectinereactie geeft, als het de vertering bevordert en beschermt tegen de ziekten waar iemand gevoelig voor is, ook voor die waarvan men de blauwdruk in de genen heeft meegekregen. Ook al komt een ziekte in de familie voor, door aanpassing van eet- en leefgewoonten kunnen de kansen effectief verkleind worden om deze ziekten ook te krijgen.

Als aanvulling op de bloedgroepvoeding kan ter verfijning de voeding nog worden aangepast rekening houdende met uw Ayurvedische constitutietype (vata/pitta/kapha). Samen zorgen ze voor specifieke voeding voor u!

Wilt u meer weten? Neem dan (vrijblijvend) contact op.

 

Klik hier om terug te gaan naar de vorige pagina